Auteur: pieter

  • bijeenkomst met Norman Finkelstein

    Debat met Norman Finkelstein op 6 december 

    Studium Generale (Rijksuniversiteit Groningen) Stichting Dwarsdiep en Stichting Groningen-Jabalya hebben op 6 december 2007 een debat georganiseeerd over het werk van Norman Finkelstein. Voor een artikel over de persoon Norman Finkelstein zie  Nieuwsbrief  nr 18 (pagina 7) Meer informatie op zijn eigen website

     

  • Motie Gaza in gemeenteraad

    Op woensdag 14 november heeft de gemeenteraad van Groningen een Gaza motie aangenomen waarin de Nederlandse regering wordt opgeroepen om de humanitaire hulp aan Gaza te bevorderen. De motie kreeg een meerderheid dankzij de collegepartijen Pvda, SP en Groenlinks.
    Hieronder de tekst van de motie.

    De gemeenteraad van Groningen, in vergadering bijeen op 14 november 2007 besprekende de gemeentebegroting 2008

    Overwegende dat

    Sinds de Palestijnse verkiezingen van begin 2006 er een westerse boycot is ingesteld tegen de wettige Palestijnse regering

    Deze boycot de humanitaire situatie in de Gazastrook ernstig heeft doen verslechteren en heeft geleid tot zeer ernstige tekorten van voedsel, medicijnen en andere basisbehoeften

    De nu ontstane situatie voor 1,5 miljoen mensen een schending van het internationaal recht betekent

    Groningen een relatie onderhoudt met de gemeente Jabalya Nazla

    Het gemeentelijk jeugdproject jeugd in Jabalya al sinds 2005 stilligt o.a als gevolg van de veiligheidssituatie in de Gazastrook

    Van mening dat

    Humanitaire hulp voor Gaza plaats moet kunnen vinden

    Roept de regering op

    Humanitaire hulp voor Gaza weer mogelijk te maken

    En verzoekt het college met het ministerie van Buitenlandse Zaken te overleggen om dit te bewerkstelligen

    En gaat over tot de orde van de dag

  • resolutie EU parlement

     

    Resolutie van het Europees Parlement van 11 oktober 2007 over de humanitaire situatie in Gaza

    Het Europees Parlement ,
    – onder verwijzing naar zijn voorgaande resoluties over het Midden-Oosten, met name die van 2 februari 2006 over de uitslag van de Palestijnse verkiezingen en de situatie in Oost-Jeruzalem(1) , 1 juni 2006 over de humanitaire crisis in de Palestijnse gebieden en de rol van de EU(2) , 7 september 2006 over de situatie in het Midden-Oosten(3) , 16 november 2006 over de situatie in de Gazastrook(4) , 21 juni 2007 over MEDA en financiële steun voor Palestina: evaluatie, implementatie en controle(5) , en die van 12 juli 2007 over het Midden-Oosten(6) ,
    – gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad nrs. 242 (1967) en 338 (1973),
    – gezien de verklaring van het Kwartet van 23 september 2007,
    – gezien de conclusies van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 23 en 24 juli 2007,
    – gezien de verklaring van 21 september 2007 over het Midden-Oosten van de Hoge commissaris voor de mensenrechten van de VN,
    – gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,
    A. overwegende dat de humanitaire crisis in de Gazastrook ten gevolge van de belemmering van het verkeer van personen en goederen, de grootschalige vernietiging van openbare infrastructuur en particuliere huizen, de onderbreking van de dienstverlening in ziekenhuizen, klinieken en scholen, de gedeeltelijke ontzegging van de toegang tot schoon drinkwater, voedsel en elektriciteit, en de verwoesting van landbouwgronden, een rampzalig peil heeft bereikt,
    B. overwegende dat de grensposten Karni en Rafah al maanden gesloten zijn, dat de economie door de belemmering van het verkeer van personen en goederen verder is verlamd en dat de buitengewoon hoge werkloosheid in de Gazastrook o.m. daardoor aanzienlijk is toegenomen,
    C. overwegende dat de sectoren water en afvalwater in een kritieke toestand verkeren, en dat deze situatie door tekort aan water en mogelijke overstroming van afvalwater, aanleiding kan zijn tot nog meer humanitaire en milieucrises,
    D. overwegende dat de gezondheidszorg zwaar onder druk staat en dat een groot deel van de bevolking gebrek heeft aan dringend noodzakelijke behandeling geneesmiddelen,
    E. overwegende dat het onderwijsstelsel kampt met ernstige tekortkomingen door het ontbreken van fundamentele hulpmiddelen en dat de kwaliteit van het onderwijs daalt; dat deze situatie ernstige gevolgen zal hebben voor de toekomst van de jonge generatie in de Gazastrook woonachtige Palestijnen,
    F. overwegende dat de Europese Unie de Palestijnen de afgelopen jaren in ruime mate financieel heeft gesteund, dat het Tijdelijk Internationaal Mechanisme en de projectfinanciering door de EU sinds 2006 een belangrijke rol hebben gespeeld bij het afwenden van een humanitaire ramp in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever,
    G. overwegende dat de belemmering van het verkeer van personen en goederen, en de binnenlandse onveiligheid in de Gazastrook een ernstige hindernis vormen voor de werkzaamheden van het Directoraat-Generaal humanitaire hulp van de Commissie, de VN-agentschappen, het Rode Kruis en de Rode Halve Maan en andere humanitaire organisaties die aan de bewoners van de Gazastrook hulp en steun bieden; overwegende dat de Europese Commissie, het VN-Ontwikkelingsprogramma, het VN relief and Works Agency en de Wereldbank een aantal infrastructuurprojecten hebben opgeschort doordat zij geen grondstoffen konden invoeren; overwegende dat deze humanitaire bureaus, agentschappen en organisaties hun werkzaamheden voortzetten ondanks alle belemmeringen; met klem erop wijzend dat de financiële toezeggingen die door de EU en haar lidstaten in verband met deze werkzaamheden zijn gedaan, moeten worden nagekomen,
    H. overwegende dat het Kwartet in zijn verklaring van 23 september 2007 ernstige verontrusting heeft geuit over de toestand in de Gazastrook, tot een besluit is gekomen over het belang van voortzetting van onbelemmerde humanitaire en noodhulp, en heeft aangedrongen op voortzetting van de levering van vitale diensten,
    I. overwegende dat verbetering van de levensomstandigheden van de Palestijnen die in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever wonen, in combinatie met het opnieuw op gang brengen van het vredesproces en het opzetten van functionerende Palestijnse instellingen, een sleutelelement is in het streven naar totstandbrenging van een rechtvaardige en duurzame vrede tussen Israëliërs en Palestijnen,
    1. geeft uiting aan de meest ernstige verontrusting over de humanitaire crisis in de Gazastrook en de eventuele ernstige gevolgen daarvan; wijst erop dat de mensenrechten en het internationaal humanitair recht in het gebied ten volle moeten worden geëerbiedigd; verzoekt alle partijen andermaal af te zien van geweld;
    2. roept Israël ertoe op zijn internationale verplichtingen overeenkomstig de conventies van Genève na te komen om te waarborgen dat humanitaire hulp, humanitaire steun en vitale diensten zoals elektriciteit en brandstof de Gazastrook bereiken; dringt aan op opheffing van de blokkade van de Gazastrook; dringt er bij Israël op aan ervoor te zorgen dat het verkeer van personen en goederen bij Rafah, overeenkomstig de Overeenkomst inzake verkeer en toegang en de EU-missie voor bijstandsverlening inzake grensbeheer, alsook het verkeer van goederen bij Karni, mogelijk zijn; verzoekt de Raad, de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de Commissie de volledige verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst te aanvaarden; roept Israël ertoe op de toevoer van financiële middelen naar de Gazastrook, die sinds 25 september 2007 is opgeschort, te waarborgen en is van mening dat het ontbreken van toegang tot financiële middelen ernstige gevolgen heeft voor het economische, sociale en dagelijkse leven van het Palestijnse volk;
    3. verzoekt de Palestijnse Autoriteit en Hamas ondanks de politieke impasse het functioneren te vergemakkelijken van de overheidsinstellingen die vitale diensten leveren, alsmede van de internationale humanitaire agentschappen, bureaus en organisaties die streven naar verbetering van de levensomstandigheden van alle Palestijnen die in het gebied wonen;
    4. verzoekt de Raad en de Commissie samen met de internationale gemeenschap essentiële humanitaire hulp aan de Palestijnse bevolking te blijven waarborgen, en met name te letten op de specifieke behoeften van bijzonder kwetsbare groepen; verzoekt de Raad en de Commissie er, overeenkomstig de Euro-mediterrane associatieovereenkomst met de Staat Israël(7) en de Euro-mediterrane Interim-associatieovereenkomst met de Palestijnse Nationale Autoriteit(8) , op toe te zien dat het internationaal humanitair recht en de mensenrechten in het gebied ook door niet tot de overheid behorende partijen ten volle worden geëerbiedigd om aldus een humanitaire ruimte te scheppen;
    5. spreekt de wens uit dat het streven naar het bijeenroepen van een internationale vredesconferentie bijdraagt tot de totstandbrenging van een rechtvaardige en duurzame vrede tussen Israëliërs en Palestijnen op basis van de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad, het recht van de Staat Israël te bestaan binnen veilige en erkende grenzen en het recht van de Palestijnen op een levensvatbare staat;
    6. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de VN, de gezant van het Kwartet in het Midden-Oosten, de fungerend voorzitter van de Euromediterrane Parlementaire Vergadering, de voorzitter van de Palestijnse Autoriteit, de Palestijnse Wetgevende Raad, de Israëlische regering en de Knesset en de regering en het parlement van Egypte.

     

  • Lezing Ran Hacohen

    Op zondag 9 september gaf de Israelische historicus Ran Hacohen op uitnodiging van de stichting een lezing in Groningen over twee onderwerpen: de bezetting van de Palestijnse gebieden en over gradaties in de publieke opinie in Israel t.a.v. het conflikt met de Palestijnen. Hieronder vind je links naar de weblog van Anja Meulenbelt met een verslag van de zelfde lezing in Amsterdam.

    eerste lezing

    tweede lezing

  • Muur manifestatie op Vismarkt

     

    Op zaterdag 7 juli organiseerden wij i.s.m. United Civilians for peace een manifestatie op de Vismarkt in Groningen tegen de Muur die Israel bouwt op Palestijns grondgebied.

     

    P1010006

     

    P1010005

     

    P1010010

  • Column juni 2007

    Een nieuwe Palestijnse catastrofe  juni 2007

    Palestijnse kranten spraken deze week van een nieuwe naqba, een nieuwe catastrofe. En een catastrofe is het. Gevechten tussen Hamas en Fatah in Gaza, tientallen doden, honderden gewonden. En Israël die er nog een schepje bovenop doet met beschietingen en bombardementen vanuit helikopters en F16’s. Nóg meer slachtoffers, nóg meer chaos.

    Eindelijk is het dus zover: de Palestijnse burgeroorlog waarover al vanaf het midden van de jaren negentig wordt gespeculeerd, vooral na de eerste zelfmoordaanslagen van Hamas, lijkt nu een feit. Palestijnen die Palestijnen naar het leven staan en een kennelijk machteloze Palestijnse Autoriteit die niet veel meer weet te doen dan oproepen tot het volgende staakt-het-vuren.

    Columnist Rob van Wijk somt in dagblad Trouw van 18 mei 2007 onder de kop “Palestijnen in hun sop laten gaar koken” een aantal “oplossingen” op, om tot de conclusie te komen dat geen van die oplossingen soelaas biedt.
    Zo heeft president Abbas niet de macht om een effectieve noodtoestand uit te roepen en per decreet te regeren. “De tweede optie is dat Israël een interventie uitvoert, Gaza bezet en orde op zaken stelt” aldus Van Wijk. Maar als Israël dit zou doen zou er een nieuwe intifada kunnen uitbreken en dan is Israël nog verder van huis. De derde en vierde opties in Van Wijks’ stuk zijn respectievelijk “de Palestijnen in hun sop gaar te laten koken” wat onherroepelijk zal leiden tot de val van de Palestijnse regering, of de ontmanteling door de Palestijnen zelf van de Palestijnse Autoriteit. Het verschil tussen deze twee mogelijkheden is een nuance want de Palestijnse Autoriteit zal zichzelf uiteraard alleen opheffen als ze geen andere uitwegen ziet. Beide mogelijkheden vindt Van Wijk niet aantrekkelijk want dan hebben Israël, de Europese Unie en andere landen geen gesprekspartner meer om zaken mee te doen en zal waarschijnlijk Hamas waarschijnlijk het machtsvacuüm vullen. Als de PA zichzelf opheft wordt Israël, als bezettende mogendheid, weer “verantwoordelijk voor de openbare orde en rechtshandhaving” en dat zou mogelijkerwijs weer leiden tot een nieuwe intifada.
    Laatste mogelijkheid die van Van Wijk ziet is “internationalisering van het conflict, waarbij Egypte medeverantwoordelijk wordt voor het handhaven van de orde in Gaza, terwijl Jordanië zich met de veiligheid van de Westoever gaat bemoeien”. Van Wijk concludeert dat deze optie ook niet reëel is want Egypte en Jordanië hebben echt geen zin om hun vingers aan het conflict te branden.
    De Trouwlezers krijgen een sombere uitsmijter van Van Wijk na al de onaantrekkelijke “opties” die hij de revu laat passeren: echte oplossingen zijn er niet! Zo is dat: Israël en de Palestijnen zullen altijd wel blijven vechten, het Midden-Oosten blijft een brandhaard en de buitenwereld kijkt toe.

    Dit soort stukjes maken mij kwaad. Toegegeven: ik ben eigenlijk al vreselijk kwaad om het niet goed te praten geweld in Gaza waarbij Palestijnse veiligheidsdiensten en gewapende groepen elkaar naar het leven staan. Maar Van Wijk gaat totaal voorbij aan de diepere oorzaken van het geweld en zijn pseudo-diepzinnige column gaat eveneens voorbij aan de meest wezenlijke optie: een einde maken aan de Israëlische bezetting van de Gaza, Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever.

    Het is nuttig om te onderzoeken waar het geweld vandaan komt. Op 8 februari werd, onder auspiciën van Saoedi-Arabië, het zogenaamde Mekka-akkoord gesloten waarna een Palestijnse regering van nationale eenheid werd gevormd, waarin zowel Hamas als Fatah (als andere fracties en onafhanklijken) vertegenwoordigd zijn. In het kader van de onderhandelingen over de nieuwe Palestijnse regering werd overeenstemming bereikt over een nieuwe Minister van Binnenlandse Zaken en over de controle van de Palestijnse veiligheidsdiensten.
    Het Mekka-akkoord en het compromis tussen Fatah en Hamas leidden echter niet tot het opheffen van de internationale economische en politieke blokkade. Een aantal radicale Hamas-commandanten die, volgens de overeenkomsten op moesten stappen, voelden zich bekocht en weigerden te vertrekken.

    Eén van de opties van Van Wijk, namelijk de Palestijnen in hun sop te laten gaarkoken, wordt sinds de overwinning van Hamas in de Palestijnse verkiezingen al met veel enthousiasme uitgevoerd door een groot deel van de internationale gemeenschap, Nederland incluis. Het is eigenlijk meer dan in het sop laten gaar koken. Het is wurgen, verstikken. Israël dat alle grenzen controleert heeft een effectieve blokkade ingesteld die tot grote verarming van de bevolking heeft geleid en tot chaos in de overbevolkte Gazastrook. Het is een politiek die leidde tot ondervoeding, tot frustratie en radicalisering. De Palestijnse regering die wèl een democratisch mandaat heeft van het Palestijnse volk heeft, maar geen cent te makken, is grotendeels machteloos vanwege diezelfde politiek van internationale isolatie. Een regering op zwart zaad heeft, logischerwijs, weinig middelen om z’n wil op te leggen: een ‘ideale situatie’ voor wetteloosheid en onderlinge strijd.

    Voor de onderlinge Palestijnse gevechten zijn in de eerste plaats de Palestijnen zelf verantwoordelijk. Maar het zou hypocriet zijn te ontkennen dat Israël en de internationale gemeenschap ook een actieve rol spelen in dit zoveelste Midden-Oosterse drama. Wilt U nog een suggestie voor een “oplossing” mijnheer Van Wijk? Verbreek het isolement van de Palestijnen, open de communicatie met zijn wettige regering en durf eindelijk eens krachtig op te treden tegen de bezetting door Israel van de Palestijnse gebieden. Daarmee zou de impasse van de afgelopen veertig jaar worden doorbroken. Echte oplossingen zijn er wèl!

    Jan Keulen

  • Olijfboom voor de gemeente Groningen

         

    Op woensdag 16 mei bood een delegatie van de Stichting Groningen-Jabalya en het Midden Oosten Platform (Vrouwen in ’t Zwart, Rood, Een Ander Joods Geluid, COS Groningen, en de Internationale Socialisten) op het stadhuis aan burgemeester Wallage van Groningen een olijfboom aan. Hiermee nodig(d)en de initiatiefnemers de gemeente en provinie Groningen en haar inwoners uit de aanplant van een olijfboom in de bezette Palestijnse gebieden te sponsoren. In dezelfde week werd in 11 andere provincie(hoofd)steden in Nederland op dezelfde wijze aandacht gevraagd voor het feit dat het 40 jaar geleden is dat de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook bezet werden.
    Van 1 mei tot 9 juni wordt door allerlei maatschappelijke organisaties, waaronder bovengenoemde organisaties die actief zijn in Groningen, 40 dagen lang stil gestaan bij die nu al 40 jaar durende bezetting. Met het aanbieden van een olijfboom vragen wij aandacht voor het in de laatste jaren op grote schaal vernielen van Palestijnse olijfbomen door het Israëlische leger in verband met bijvoorbeeld het aanleggen van de zogeheten “verdedigingsmuur”, het bouwen van Joodse nederzettingen of de aanleg van infrastructuur om deze nederzettingen vanuit Israël bereikbaar te maken. Hiervoor ontvangen de boeren geen compensatie.
    De olijfboom, het symbool voor vrede, is voor veel Palestijnse boeren een onmisbaar middel van bestaan. Op initiatief van de YWCA en YMCA van Palestina is daarom in 2004 de campagne “Houd Hoop Levend” gestart die particulieren over de gehele wereld de mogelijkheid biedt om een olijfboom te sponsoren. De gesponsorde olijfbomen worden op velden van getroffen boeren geplant. Wil je een olijfboom sponseren ? Haal dan een folder op het Gemeentelijk Informatie Centrum aan de Kreupelstraat of ga naar de website:
    www.planteenolijfboom.nl.

     

  • Brief aan Javier Solana

    Dr. Javier Solana,
    EU High Representative
    for the Common Foreign and Security Policy (CFSP)
    Council of the European Union
    Rue de la Loi, 175
    B-1048 Bruxelles
    Belgium

    Telephone (32-2) 281 61 11
    Fax (32-2) 281 69 99

    Dear Dr. Solana,

    We are writing to you to enquire about the position of the EU regarding the recent violence in the occupied Palestinian territories, in particular the Gaza strip, and to communicate to you our feelings of anger and frustration about the fact that the EU has stopped its financial help to the elected Palestinian Government of National Unity. But first let us introduce ourselves to you.

    We are members of the board of the Foundation Groningen-Jabalya which has as its mission the promotion of understanding and involvement between the inhabitants of the city of Groningen, the Netherlands and Jabalya, a Palestinian city in the north of the Gaza strip. Therefore, we strive for ties of collaboration and friendship between our cities. In this vein, we have initiated and completed with the help of the Groningen municipality the building of a youth centre in Jabalaya for the purpose of providing the Palestinian youth opportunities for sport and intellectual development.

    We were recently shocked by the level of factional violence that hit the Gaza strip. We are even more schocked by the Israeli attacks with airplanes and tanks. There have been many casualties, both dead and wounded, and much destruction in Gaza, also in Jabalya. We are seriously worried that all the work we and others have done to improve the perspectives for the Palestinian youth will be wiped out in this circle of violence.

    It is our strong belief that the isolation policy perpetrated among others by the EU against the legally elected government and the transformation of the Gaza strip by Israel into the largest ghetto and prison that the world has known have aggravated the competition to power between the two main Palestinian factions and incited the violence between them. The liquidation policy of Israel and the imprisonment of elected officials without serious protests from the “leading democracies” of the world did not bode well for the tense atmosphere in the occupied territories. We condemn the violence that resulted between the Palestinian factions although we do understand its causes. What we do not understand, however, is the role of the EU in the escalation of that violence. At the time when the factional fighting was escalating in Gaza, the EU Border Assistance Mission at Rafah Crossing Point allowed a large number of trained and armed men, belonging to one of the factions, to enter into Gaza. Instead of trying to use its good offices to lower the level of violence, the EU was pouring oil on the fire. We fail to understand the intentions of this move on the EU side.

    The Palestinian people have suffered a lot since the creation of the State of Israel and even more since the occupation of what has been left of the Palestinian territories after the 1967 war. In Gaza, commodities such as food and medicine are allowed in too small quantities to fulfil the basic needs of the people of Gaza who live on the most densely populated area of the world. The facilities for electricity and clean drinking water have been willingly destroyed. The end of the suffering is not in sight and it will surely worsen with the increasing violence.

    We therefore ask you in your capacity as the EU High Representative for the Common Foreign and Security Policy to do all you can to stop the violence in the Palestinian territories and to protest against the Israeli Government policy of liquidation of Palestinian activists and the arrest of elected and non-elected Palestinian leaders. This policy has only increased the level of violence and led to the breakdown of the ceasefire which held for a long period of time. It is time that the EU honestly works towards the ending of the occupation of the Palestinian territories and the foundation of a Palestinian state, if need be through sanctions against the occupier and not through punishing and starving the occupied. Once the will exists, the possibilities for such an action are many. The EU can in our opinion exert pressure on Israel by suspending the Association Convention with this country as long as violations of the rights of the Palestinians continue. The EU can also stop all export, import and use of European airports and havens for transit of weapons to or from this country. This proposal has been made by many politicians in the Netherlands, but unfortunately without success until now.

    On behalf of the Board of the Foundation Groningen-Jabalya,

    Jan Keulen
    Chair

  • Brief aan minister Verhagen

    Stichting stuurt Minister Verhagen brief over Palestina beleid

    Als Stichting Groningen-Jabalya hebben we in het Paasweekeinde bijgaande brief gestuurd aan minister Verhagen van Buitenlandse Zaken met een CC aan zijn collega Bert Koenders van Ontwikkelingssamenwerking. De brief dringt aan op hervatting van de relaties en de hulp aan de Palestijnse Autoriteit.

    Aan: Drs. M.J.M. Verhagen
    Minister van Buitenlandse Zaken
    Postbus 20061
    2500 EB Den Haag

    Cc. de Minister van Ontwikkelingssamenwerking drs. A.G. Koenders

    Groningen, 6 april 2007.

    Geachte heer Verhagen,

    De gemeente Groningen ondersteunt sedert een aantal jaren een project in de gemeente Jabalya (Gazastrook) voor de bouw en de totstandkoming van een jeugdcentrum. De Stichting Groningen-Jabalya zet zich in om de bevolking van Groningen te betrekken bij het project in het bijzonder en bij de humanitaire situatie in Jabalya in het algemeen.

    De situatie in onze zusterstad is zeer zorgwekkend. Al vanaf januari 2006 staakten de EU en ook Nederland de directe steun aan de door Hamas geleide Palestijnse overheid. Israël kon zonder dat de EU en Nederland in het geweer kwamen de afdracht van belastinggeld, dat wettelijk de Palestijnse Autoriteit toekwam, stoppen. En dat terwijl de door de EU en Nederland gewenste verkiezingen onbetwist eerlijk en democratisch zijn verlopen. Maar nu deze verkiezingen tot een ongewenste uitslag hebben geleid namen de EU en Nederland economische en diplomatieke maatregelen tegen de Palestijnse regering. Deze politiek heeft de sociale en economische crisis in de Palestijnse gebieden verder op de spits gedreven en lijkt het vredesproces niet vooruit te hebben gebracht.

    Het speciaal mechanisme waarbij EU-hulpgeld de afgelopen maanden werd ingezet voor hulp aan individuele Palestijnen, nutsbedrijven enzovoorts, heeft de nood niet of nauwelijks kunnen lenigen. Deze hulp heeft de afhankelijkheid van de Palestijnse bevolking verder vergroot en de basisvoorzieningen niet op peil kunnen brengen.

    Wij vragen uw speciale aandacht voor de precaire humanitaire situatie in de bezette gebieden en in het bijzonder in Gaza. Het percentage van de bevolking dat onder de armoedegrens leeft is gestegen tot boven de 80%. De Palestijnen zijn de EU tegemoet gekomen door het instellen van een regering van nationale eenheid, waarin alle belangrijke facties vertegenwoordigd zijn. Nu is het moment gekomen dat Nederland, alleen of in EU-verband, ook een stap moet zetten en de bilaterale banden met de Palestijnse Autoriteit moet herstellen.
    Wij verzoeken u om alles in het werk te stellen dat Nederland en de EU de reguliere hulp via de Palestijnse autoriteit aan de bevolking hervatten.
    De Israëlische politiek van uithongering van de Palestijnse bevolking om hen tot politieke concessies te dwingen is in strijd met de mensenrechten. Dit mag toch niet het uitgangspunt zijn van het Nederlands buitenlands- en ontwikkelingsbeleid?

    Namens het bestuur van de Stichting Groningen-Jabalya

    Jan Keulen
    voorzitter