Israëls systematische ontmanteling van het collectieve Palestijnse leven op de Westelijke Jordaanoever
Vandaag publiceren we The Elimination Project, het meest uitgebreide rapport van B’Tselem over de Westelijke Jordaanoever tot nu toe. Het rapport is gebaseerd op meer dan 2.000 getuigenissen die de afgelopen drie jaar bij Palestijnen zijn verzameld, op decennia aan veldonderzoek en documentatie, en op officiële documenten, wetgeving, overheidsbesluiten en gegevens.
Onze conclusie is grimmig en ondubbelzinnig: Israël werkt eraan om het vermogen van de Palestijnen om als collectief op de Westelijke Jordaanoever te bestaan te ontmantelen, terwijl het tegelijkertijd het gebied herindeelt om een aaneengesloten en permanente joodse aanwezigheid tot stand te brengen. Dit is het ‘Elimination Project’.
Sinds de vorming van de huidige regering eind 2022, en met name sinds oktober 2023, is dit proces in een stroomversnelling geraakt en is het gewelddadiger en openlijker geworden. Van 7 oktober 2023 tot en met augustus 2026 hebben het leger en milities van kolonisten ongeveer 1.107 Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever gedood, waaronder zo’n 245 kinderen en tieners. Ongeveer 33.000 Palestijnen werden uit hun huizen verdreven naar vluchtelingenkampen in het noorden van de Westelijke Jordaanoever; 66 gemeenschappen werden van de kaart geveegd en 18 andere werden gedeeltelijk ontruimd. In totaal werden 4.168 mensen, waaronder 2.315 kinderen, uit hun huizen in deze gemeenschappen verdreven. Door de staat gesteunde en ondersteunde buitenposten van kolonistenmilities beheersen nu 18% van de Westelijke Jordaanoever.
Een ongekende milieu- en gezondheidscatastrofe en de ineenstorting van de humanitaire responscapaciteitvolgens Al MezanCenter for Human Rights
Het Al Mezan veroordeelt krachtig de aanhoudende genocide-oorlog tegen burgers in de Gazastrook – nu al voor het derde opeenvolgende jaar – evenals het voortdurende beleid van uithongering en het belemmeren van de aanvoer van humanitaire hulp, brandstof en medische voorraden. Dit alles vindt plaats tegen de achtergrond van een steeds verder verslechterende humanitaire en gezondheidssituatie en het voortschrijdende verval van de infrastructuur, met name het rioleringsnetwerk. Deze ontwikkelingen dreigen de ongekende humanitaire en gezondheidscatastrofe te verergeren, het risico op epidemieën en ziekte-uitbraken te vergroten en de levens van de bevolking direct in gevaar te brengen.
De aanhoudende bombardementen en het toenemende dodental gaan gepaard met de ineenstorting van de gezondheidszorg in Gaza; deze sector staat onder enorme druk door de afnemende capaciteit om te voldoen aan de groeiende humanitaire en medische behoeften. De genocide-oorlog tegen de Gazastrook heeft geleid tot een ongekende humanitaire en gezondheidscatastrofe en een schrikbarende toename van het aantal gewonden. Er is sprake van 5.000 amputaties – waaronder veel gevallen van dubbele amputaties en complexe ingrepen om ledematen te behouden – en daarnaast zijn er 300 gevallen van neurologisch letsel of ruggenmergletsel geregistreerd, terwijl 10.000 mensen intensieve en langdurige revalidatie nodig hebben. Deze toename van ernstig letsel vereist paraatheid van spoedeisende en effectieve interventies, maar de Israëlische blokkade heeft het vermogen van de gezondheidszorg om adequaat te reageren nagenoeg volledig ondermijnd. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ontving slechts 25% (500 van de 2.300) van de mensen in Gaza die tussen september 2024 en mei 2026 werden beoordeeld na een amputatie, een definitieve prothese; dit is het gevolg van het acute tekort aan dergelijke hulpmiddelen.
Een gebeurtenis dat de druk op de gezondheidszorg in de Gazastrook nog verder heeft vergroot, is het uitvallen van de hoofdgenerator van het Arab Ahli-ziekenhuis in Gaza-stad op de avond van woensdag 9 september 2026 als gevolg van mechanische defecten. Dit leidde tot de opschorting van CT-scans, sterilisatiediensten, de zuurstofvoorziening en diverse andere afdelingen. Dagelijks maken ongeveer 1.000 mensen gebruik van de diensten van het Arab Ahli-ziekenhuis, waaronder uitgebreide zorg via operaties, poliklinieken, diagnostische afdelingen, klinieken voor wond- en brandwondenzorg en fysiotherapie. Al deze diensten dreigen te worden stopgezet door een tekort aan reserveonderdelen en de noodzakelijke brandstof.
De gemeente Gaza waarschuwde op haar beurt voor de catastrofale gevolgen van het versnelde instorten van het rioleringsnetwerk van de stad. Ze benadrukt dat de voortdurende achteruitgang van dit systeem de stad en het mariene milieu dreigt te veranderen in een brandhaard van steeds ernstigere gezondheids- en milieurisico’s. Naar schatting stroomt er dagelijks 24.000 kubieke meter ongezuiverd rioolwater de zee in; dit vormt een bedreiging voor de volksgezondheid, veroorzaakt ernstige schade aan het mariene ecosysteem, vergroot de kans op epidemieën en de verspreiding van ziekten, en verergert de vervuiling van bodem en grondwater.
De crisis is verder verergerd door de omvangrijke schade aan de rioleringsinfrastructuur. De verwoesting heeft acht zuiveringsinstallaties en 212.000 strekkende meter rioleringsnetwerk getroffen, naast schade aan en de stillegging van de stations East Bureij en Sheikh Ajleen. Dit illustreert de omvang van de ineenstorting van dit vitale systeem en wijst op ernstige gevolgen voor de gezondheid en het milieu op de lange termijn.
De Civiele Bescherming blijft zich inspannen om de lichamen van slachtoffers en vermisten te bergen uit het puin van verwoeste huizen en gebouwen. Dit werk verloopt moeizaam door de enorme omvang van de verwoesting en het tekort aan zwaar materieel dat nodig is voor het opruimen van het puin. Grote delen van de Gazastrook liggen nog steeds bedekt onder enorme hoeveelheden puin, en volgens schattingen van sommige partijen liggen er nog duizenden vermisten onder begraven. Door de beperkingen op de invoer van materieel, reserveonderdelen, smeermiddelen en brandstof groeit de bezorgdheid over mogelijke gezondheidsrisico’s.
De water-, sanitaire en hygiëneomstandigheden (WASH) in Gaza blijven kritiek vanwege de ernstige infrastructurele beperkingen. Volgens de meest recente Light Touch Monitoring Survey van de WASH Cluster ondervond 91 procent van de onderzochte huishoudens begin augustus nog steeds matige tot ernstige wateronzekerheid, een stijging ten opzichte van 90 procent in juli en 84 procent in juni. Overbevolking bij waterverzamelpunten bleek de meest gemelde belemmering voor de toegang tot schoon drink- en huishoudelijk water.
Op 31 augustus, na de rapportageperiode, leidde een tijdelijke stopzetting van de ontzilting in Israël tot een vermindering van de watervoorraad voor ongeveer 1 miljoen mensen in Gaza die afhankelijk zijn van het Israëlische waternet. Op 3 september bleef het probleem aanhouden. Humanitaire partners hebben alternatieve bronnen gebruikt om de vermindering gedeeltelijk te compenseren.
Nu het regenseizoen nadert, maken humanitaire organisaties zich steeds meer zorgen over het verhoogde risico op overstromingen en een verdere verslechtering van de leefomstandigheden in Gaza. Er zijn dringend preventieve en beperkende maatregelen nodig om kwetsbare gemeenschappen, kritieke infrastructuur en essentiële diensten te beschermen tegen de verwachte impact van de seizoensgebonden regenval.
Het Al Mezan Center for Human Rights veroordeelt krachtig de escalerende Israëlische misdaden – waaronder het doelgericht aanvallen van burgers, civiele eigendommen en infrastructuur in de Gazastrook – en de verdere verslechtering van de humanitaire situatie. Deze verslechtering is een voorbeeld van collectieve bestraffing en is een uiting van de genocide die door de bezettingsmacht wordt gepleegd door de aanhoudende blokkade van humanitaire hulp aan de Gazastrook en het voortdurende viseren van de gezondheidszorg en essentiële dienstverlening door het beletten van de invoer van medische apparatuur, noodzakelijke machines en reserveonderdelen te beletten. Het Centrum benadrukt dat de voortzetting van deze misdaden tegen burgers in de Gazastrook, gepaard met de vernietiging van infrastructuur en het tegenhouden van humanitaire hulp, een voortzetting vormt van de genocide-oorlog en vraagt om dringend en doeltreffend internationaal optreden.
Daarom roept het Centrum de internationale gemeenschap op haar juridische en morele verantwoordelijkheid te nemen, zich in te zetten voor het stoppen van de aanhoudende misdaden tegen burgers, te zorgen voor de ongehinderde invoer van humanitaire hulp, brandstof en medische voorraden, de bevolking doeltreffend te beschermen en de verantwoordelijken voor de gepleegde misdaden ter verantwoording te roepen; hiermee wordt de naleving van het internationaal humanitair recht gewaarborgd en een einde gemaakt aan het lijden van de burgerbevolking in de Gazastrook.
Op zaterdag 5 september zal ook in Groningen een vliegeractie voor Gaza worden gehouden op het stadsstrand. Komt allen!
Waarom een vliegeractie?
Afgelopen week kondigde het Israëlische regime aan iedereen met een vlieger als legitieme doelwit te beschouwen. De reden hiervoor was dat enkele vliegers Gaza zijn uitgewaaid. Het Israëlische bezettingsleger erkende dat de teruggevonden vliegers geen explosieven bevatten en simpelweg door kinderen waren opgelaten. Desalniettemin is dit aangegrepen als manier om het kleine beetje levensplezier af te nemen dat kinderen ondanks de genocide in Gaza nog hadden.
Vliegeren als internationaal protest
Internationaal wordt opgeroepen, onder andere door Kites4Palestine, om in protest massaal te gaan vliegeren en aandacht te vragen voor het onrecht dat Palestijnse kinderen wordt aangedaan en de voortgaande genocide.
Het risico gebombardeerd te worden is te groot, dus laten de kinderen hun vliegers niet meer op. Niet vliegeren is overigens geen garantie niet gebombardeerd of neergeschoten te worden, aangezien het Israëlische regime een genocide uitvoert op het Palestijnse volk. Iedere dag sinds oktober 2023 zijn er Palestijnen vermoord door toedoen van het Israëlische regime.
Het Al Mezan Centrum voor Mensenrechten organiseerde op woensdag 26 augustus 2026 een workshop getiteld “De rol van maatschappelijke organisaties bij het verlenen van gezondheidszorg tijdens de genocide en de huidige uitdagingen”, die via Zoom plaatsvond. De workshop richtte zich op de catastrofale verslechtering van de gezondheidssituatie in de Gazastrook als gevolg van de wijdverspreide vernietiging van ziekenhuizen, gezondheidscentra en infrastructuur, evenals de voortdurende belemmering en blokkade van de toegang voor humanitaire hulp. Deze beperkingen gaan gepaard met ernstige tekorten aan medicijnen, medische benodigdheden en brandstof, en met beperkingen op de bewegingsvrijheid van patiënten, waardoor duizenden patiënten en gewonden de zorg en behandeling die ze dringend nodig hebben, worden ontzegd.
In zijn openingswoord verwelkomde de heer Issam Younis, directeur van het Al Mezan Centrum voor Mensenrechten, de deelnemers en sprekers en prees hij de inspanningen van de gezondheidsinstellingen voor het verlenen van levensreddende hulp te midden van de catastrofale omstandigheden waarmee burgers worden geconfronteerd. Hij benadrukte dat er nog steeds openlijk misdaden worden gepleegd, gericht tegen vrouwen, kinderen en mannen, waarbij huizen, infrastructuur, gebedshuizen en scholen worden verwoest. Younis benadrukte dat de workshop tot doel had de gezondheidssituatie in de Gazastrook te belichten, met name in het licht van de reeks Israëlische aanvallen, maatregelen en beperkingen die zijn opgelegd aan het recht op gezondheid, en het voortdurende humanitaire lijden van patiënten en hun families.
Younis benadrukte dat het gebrek aan verantwoording en gerechtigheid voor misdaden begaan in het bezette Palestijnse gebied de bezettingsstaat blijft aanmoedigen om door te gaan met schendingen en misdaden tegen de burgerbevolking en hun eigendommen. Hij merkte op dat dergelijk gedrag niet alleen het internationaal recht schendt, maar ook de beginselen ondermijnt die door de internationale gemeenschap zijn vastgesteld om internationale vrede en veiligheid te bevorderen. Hij beschreef de voortdurende genocide in de Gazastrook als de ernstigste misdaad, gezien de omvang van de wreedheden en het lijden dat de Palestijnse bevolking wordt aangedaan. Desondanks is er geen noemenswaardige vooruitgang geboekt op het gebied van verantwoording. Sterker nog, toen Palestijnse mensenrechtenorganisaties hun werk uitvoerden en verantwoording eisten bij het Internationaal Strafhof, werden ze onderworpen aan Amerikaanse sancties.
Dr. Ahmad Muhanna, directeur van de sector Gezondheids- en Gemeenschapsdiensten en -programma’s bij de Al-Awda Gezondheidsvereniging, schetste de belangrijkste obstakels en uitdagingen waarmee de organisatie te maken heeft bij het verlenen van gezondheidszorg. Het gaat hierbij om tekorten aan medicijnen, medische apparatuur en hulpmiddelen, beperkingen op de invoer van gevoelige apparatuur en de aanhoudende weigering van brandstof en olie die nodig zijn voor de elektriciteitsgeneratoren. Hij benadrukte ook de beperkingen die patiënten ervan weerhouden de Gazastrook te verlaten voor behandeling, met name gezien het gebrek aan geavanceerde medische voorzieningen in de Gazastrook zelf.
Muhanna benadrukte dat maatschappelijke organisaties, met name die in de gezondheidszorg, onder uitzonderlijke omstandigheden opereren. Hij merkte op dat dergelijke organisaties bij uitstek geschikt zijn om kwetsbaarheden binnen gemeenschappen te identificeren en hun behoeften in kaart te brengen. Zij streven ernaar hun middelen te mobiliseren om de gezondheidszorg en medische interventies te maximaliseren, ondanks de gerichte aanvallen op het gezondheidssysteem en de voortdurende, aangescherpte maatregelen tegen de Gazastrook.
Dr. Bassam Zakout, directeur van Medical Relief in de Gazastrook, presenteerde belangrijke gezondheidsindicatoren die de ernst van de humanitaire situatie aantonen als gevolg van de uitgebreide schade aan ziekenhuizen in de Gazastrook. Hij merkte op dat er momenteel slechts 5 overheidsziekenhuizen, 10 veldhospitalen en 14 privéklinieken operationeel zijn, terwijl 11 grote ziekenhuizen buiten gebruik zijn, waaronder het Turks-Palestijnse Vriendschapsziekenhuis, dat gespecialiseerd is in de behandeling van kankerpatiënten, evenals het Kamal Adwan Ziekenhuis, het Abu Yusuf Al-Najjar Ziekenhuis en het Europees Ziekenhuis. De gezondheidszorg, met name de gespecialiseerde diagnostische diensten, is aanzienlijk verslechterd. Het aantal CT-scanners is gedaald tot 7 van de 19, terwijl de laboratoriumdiensten ernstig zijn getroffen, met een tekort van ongeveer 70 procent en het verlies van een groot aantal laboratoriumtests.
Zakout uitte zijn bezorgdheid over het aanhoudende tekort aan medicijnen en de gevolgen daarvan voor mensen met chronische ziekten. Ongeveer 350.000 mensen in de Gazastrook lijden aan niet-overdraagbare aandoeningen, waaronder hypertensie, diabetes en hart- en vaatziekten. De meesten zijn getroffen door veranderingen in hun leefomstandigheden en onderbrekingen in hun medicatie, waardoor ze kwetsbaar zijn voor complicaties als gevolg van medicijntekorten. Kankerpatiënten lopen ernstige risico’s door tekorten aan radiotherapie en chemotherapie en het gebrek aan diagnostische apparatuur. De meeste kankergevallen worden pas in stadium III ontdekt, wanneer de ziekte al in een vergevorderd stadium is.
Zakout legde verder uit dat het aantal ernstig zieke patiënten dat van de Israëlische autoriteiten toestemming krijgt om voor behandeling naar het buitenland te reizen, zeer beperkt blijft. Ongeveer 4.800 kankerpatiënten hebben een officiële verwijzing voor behandeling of diagnose buiten de Gazastrook, maar kunnen deze niet verlaten vanwege strenge beperkingen en de aanhoudende sluiting van de grensovergangen. Slechts een klein aantal mag via de grensovergang bij Rafah vertrekken, waardoor hun leven ernstig in gevaar komt. Sommige patiënten overlijden zelfs terwijl ze wachten op toegang tot behandeling.
Hij benadrukte ook de impact van de verslechterende humanitaire, economische en leefomstandigheden op kwetsbare groepen in vluchtelingen- en opvangkampen, waaronder de verspreiding van waterpokken en complicaties bij zwangere vrouwen, waarbij het aantal miskramen is toegenomen. Organisaties uit het maatschappelijk middenveld die diensten verlenen op het gebied van vrouwengezondheid en moederzorg blijven deze ziekten en complicaties bestrijden, ondanks een ernstig tekort aan middelen en financiering.
Dr. Mohammad Abu Rahma, directeur van de afdeling Spoedeisende Medische Diensten van de Palestijnse Rode Halve Maan, schetste de belangrijkste activiteiten en interventies van de teams van de organisatie, evenals de huidige obstakels en uitdagingen waarmee ze te maken hebben. Hij besprak de verliezen die de ambulancevloot heeft geleden en merkte op dat Israëlische troepen 30 voertuigen hebben vernietigd, terwijl nog eens 25 voertuigen buiten gebruik zijn gesteld. De organisatie levert momenteel diensten met 42 ambulances, waaronder 30 op benzine, wat grotendeels schaars is, en 12 op diesel, die zwaar onder druk staan. De organisatie ontvangt dagelijks ongeveer 400 noodoproepen, maar kan er door beperkte middelen slechts 300 tot 350 beantwoorden.
Abu Rahma benadrukte ook de veiligheidsuitdagingen voor medische teams en de aanvallen op vaste en mobiele medische posten. Medisch personeel is doelwit geweest, ondanks het dragen van het internationaal erkende embleem dat hun humanitaire functie aangeeft. Drieëntwintig paramedici zijn tijdens de oorlog omgekomen en anderen zijn gevangengenomen. Met betrekking tot tekorten aan medicijnen en medische benodigdheden ondervinden 19 medische posten grote problemen bij het verlenen van diensten, met name aan patiënten met chronische ziekten. De organisatie beheert ook zes ziekenhuizen, waaronder vier veldhospitalen, die essentiële diensten leveren zoals oogheelkunde en hartkatheterisatie. Tekorten aan medicijnen en medische benodigdheden blijven echter een groot obstakel voor het werk van de organisatie, aangezien zij nog steeds te maken heeft met aanzienlijke tekorten en onvoldoende hoeveelheden kan aanvoeren.
De workshop omvatte bijdragen en aanbevelingen van sprekers en deelnemers, die het belang benadrukten van de bescherming van het recht op gezondheid als een fundamenteel en onschendbaar recht. Zij benadrukten dat de beperkingen en aanvallen dringend ingrijpen vereisen om patiënten en medisch personeel te beschermen en riepen op tot intensievere documentatie en internationale lobby-inspanningen met betrekking tot humanitaire kwesties, in het bijzonder het recht op gezondheid.
Aan het einde van de workshop bedankte dr. Bassam Abu Jrai, die de bijeenkomst modereerde, iedereen die had bijgedragen aan het succes ervan. Hij benadrukte het belang van het opvolgen van de resultaten van de workshop en het vertalen ervan naar effectieve maatregelen en instrumenten voor belangenbehartiging die bijdragen aan het versterken van de veerkracht van de gezondheidszorgsector en het faciliteren van de toegang tot essentiële medische benodigdheden en apparatuur, en zo helpen de levens van patiënten in de Gazastrook te beschermen.
De Palestinian Medical Relief Society (PMRS), de op één na grootste aanbieder van eerstelijnsgezond-heidszorg in de Gazastrook, waarschuwt dat een aantal van haar gezondheidsdiensten en -voorzieningen op korte termijn dreigt te moeten sluiten. Oorzaak is een ernstig tekort aan brandstof, smeermiddelen en reserveonderdelen voor de elektrische generatoren en voertuigen waarvan haar werk afhankelijk is.
PMRS ondersteunt wekelijks tussen de 40.000 en 65.000 patiënten, en elke verstoring van haar activiteiten zou deze zorg in gevaar brengen. Nu het ziekenhuissysteem in Gaza is gedecimeerd, rust de zorglast steeds zwaarder op organisaties als PMRS. Onze diensten vormen niet langer alleen de eerste zorglijn — ze zijn uitgebreid om de gaten op te vullen die zijn achtergelaten door een instortend ziekenhuissysteem, en voorzien in behoeften waaraan ziekenhuizen niet langer kunnen voldoen. PMRS op dit moment in de steek laten zou catastrofaal zijn.
De gevolgen van een dergelijke ineenstorting zijn niet hypothetisch. Het door vakgenoten beoordeelde bewijs is duidelijk: wanneer de eerstelijnszorg en de van generatoren afhankelijke zorg in Gaza worden onderbroken, volgen er vermijdbare sterfgevallen. Meer dan 350.000 mensen in Gaza leven met chronische aandoeningen zoals kanker en diabetes, en 50.000 zwangere vrouwen hebben moeite om toegang te krijgen tot zorg¹ — zij zijn allemaal afhankelijk van precies het soort diensten dat PMRS biedt.
The Lancet heeft gewaarschuwd dat het aantal extra sterfgevallen als gevolg van het wegvallen van deze zorg veel groter zal zijn dan het aantal directe slachtoffers, met gevolgen die jarenlang zullen voortduren.² Elke generator die buiten gebruik wordt gesteld en elke mobiele kliniek die aan de grond wordt gehouden, brengt dat aantal slachtoffers dichterbij.
Zonder deze voorraden zullen generatoren buiten gebruik moeten worden gesteld, waardoor de stroomtoevoer naar gezondheidscentra en klinieken wordt onderbroken en essentiële medische apparatuur en uitrusting onbruikbaar wordt. Het gevolg zou zijn dat cruciale diensten voor gemeenschappen die geen andere zorgmogelijkheden hebben, instorten. PMRS waarschuwt verder dat haar mobiele medische klinieken om dezelfde reden dreigen te worden opgeschort, waardoor ontheemde gezinnen en inwoners in moeilijk bereikbare gebieden een van de laatste resterende reddingslijnen naar gezondheidszorg wordt ontnomen.
PMRS roept de Verenigde Naties, internationale en humanitaire organisaties en de bredere internationale gemeenschap — met inbegrip van regeringen en staten die de invloed hebben om op te treden — op om dringend in te grijpen om de aanvoer van de brandstof, oliën en reserveonderdelen die nodig zijn om generatoren en medische voertuigen draaiende te houden, veilig te stellen en te faciliteren. Elke dag dat het tekort voortduurt, brengt duizenden mensen dichter bij het punt waarop zij worden afgesneden van de meest elementaire gezondheidszorg, en de verantwoordelijkheid om dit te voorkomen ligt bij degenen die de macht hebben om op te treden.
Referenties
1. Continuïteit van de zorg voor chronische aandoeningen in Gaza: een commentaar op de ineenstorting van het gezondheidszorgstelsel en humanitaire noodzaak (samenvatting van peer-reviewed literatuur, rapporten van de WHO en de VN, en veldbeoordelingen, 2023–2025). Beschikbaar op: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC12638478/
Door te voorkomen dat een burgerregering Hamas vervangt, heeft Israël een machtsvacuüm in Gaza gecreëerd en laat de Palestijnen in niemandsland achter.
Door Mahmoud Mushtaha
Mijn telefoon gaat de meeste dagen over met een nummer in Gaza. Ik heb geleerd om het staande te beantwoorden, terwijl mijn lichaam zich schrap zet om te bewegen voordat ik zelfs maar weet wat ik ga horen.
Soms belt de persoon aan de andere kant van de lijn gewoon om te zeggen dat hij of zij nog leeft. Maar net zo vaak vragen ze om iets wat ik ze niet kan geven: een apotheek die nog insuline heeft voor mijn jonge nichtje Marah; een manier om geld te sturen dat daadwerkelijk aankomt; alle informatie over wanneer een oversteekplaats zou kunnen openen. Of ze willen weten wie er is vermoord, verdwenen of verloren is gegaan onder een nieuwe catastrofe – en, meer recentelijk, wie er door de bendes is ontvoerd.
Deze gesprekken gaan zelden over politiek, laat staan over de toekomst van Gaza. Ze gaan over het volgende uur: of het veilig is om door een bepaalde straat te lopen, waar medicijnen te vinden zijn, of de Gele Lijn – de grens van het gebied dat sinds het staakt-het-vuren van oktober door Israëlische strijdkrachten wordt bezet en dat is uitgebreid van 50 naar bijna 70 procent van de enclave – weer is opgeschoven. Duizenden kilometers scheiden Londen van Gaza, maar bij deze oproepen voel ik de afstand het meest acuut tussen het horen van iemand van wie ik houd om hulp vragen en het weten dat ik hem niet kan helpen.
Dan hang ik op en open ik het nieuws. De krantenkoppen spreken over wederopbouwconferenties, herstelstrategieën en de instellingen die Gaza zogenaamd “de dag erna” zullen besturen. Het vocabulaire is gepolijst: stabilisatie, wederopbouw, herstel, zelfs een “Gaza Riviera”. De wereld discussieert al over wat Gaza zou moeten worden, terwijl de Palestijnen nog steeds worstelen met wat het is geworden.
Voor meer dan 2 miljoen Palestijnen, van wie velen nog steeds in tenten wonen, is er geen soepele overgang geweest van een genocidale oorlog naar herstel. Het dagelijks leven draait nog steeds om ontheemding, het vinden van voedsel en overleven. Dit is een samenleving die nog steeds wordt ontmanteld, steen voor steen, instelling voor instelling, gewoonte voor gewoonte – alleen langzamer en met minder publiek.
En als ik luister naar wat gezinnen in Gaza vragen, zijn voedsel en water slechts een deel daarvan. Steeds vaker, en met een zachtere stem, hoor ik een andere reeks vragen: Wie heeft er eigenlijk de controle? Wie kan ons beschermen als er iets gebeurt? Wat als een gewapende groep de buurt binnenvalt? Wie moeten we bellen als iemand van ons steelt, ons bedreigt of misbruik van ons maakt? Wanneer komt er een overheid waar we daadwerkelijk terecht kunnen?
Veiligheid is een op zichzelf staande, onvervulde behoefte geworden – los van honger en onderdak – maar is verweven met iets groters. Mensen zijn niet alleen bang voor wat hen zou kunnen overkomen, maar ook voor het feit dat ze nergens terecht kunnen als dat gebeurt. Dat komt omdat een deel van wat Gaza momenteel ontmantelt, helemaal niet zichtbaar is vanaf een donorconferentie: het verdwijnen van bestuur en de ineenstorting van elk functionerend gezag.
Een bestuurlijk vacuüm
Internationale discussies over Gaza draaien steeds meer om wie de enclave na Hamas zal besturen, vanuit de veronderstelling dat de groep uit de regering moet worden gezet en ontwapend voordat wederopbouw en een nieuwe politieke orde kunnen beginnen. In januari werd het Nationaal Comité voor het Bestuur van Gaza (NCAG), onder toezicht van de Vredesraad van de Amerikaanse president Donald Trump, opgericht om Hamas op te volgen en uiteindelijk een Palestijnse technocratische regering te installeren.
Dat proces is grotendeels voorbijgegaan aan de vraag of Hamas Gaza zou moeten besturen, een politieke vraag die de Palestijnen zelf uiteindelijk moeten beantwoorden. Maar een andere, meer dringende vraag is: Wie bestuurt Gaza nu?
Hamas is niet verdwenen, maar haar vermogen om te regeren is ernstig verzwakt. In juli ontbond de door Hamas geleide regering het noodcomité dat sinds oktober 2023 de enclave bestuurde en kondigde aan dat het zijn verantwoordelijkheden zou overdragen aan de NCAG. Dit was formeel de voorwaarde die al lange tijd werd geëist: dat Hamas zichzelf zou opheffen als regeringspartij van Gaza.
Hamas heeft dat precies gedaan. Maar Israël heeft het nieuwe comité de toegang tot Gaza ontzegd. In plaats van dat de ene autoriteit de andere vervangt, zitten de Palestijnen nu zonder beide.
De gevolgen zijn voelbaar in de meest alledaagse aspecten van het leven. Ouders hebben moeite met het registreren van pasgeborenen. Identiteitskaarten kunnen niet betrouwbaar worden verlengd, terwijl documenten die in Gaza zijn afgegeven elders mogelijk niet worden erkend. Ambtenaren kunnen maandenlang zonder salaris zitten, terwijl ze formeel verantwoordelijk blijven voor hun werkplek. Burgerlijke registratie, openbare diensten, officiële documenten en andere basisfuncties van de administratie zijn gefragmenteerd of simpelweg ontoegankelijk geworden.
In dat vacuüm zijn gewapende groeperingen, clans en tussenpersonen gestapt, wier macht van wijk tot wijk verschilt. Rond de Gele Lijn zijn er meldingen van ontvoeringen en gewapende overvallen door lokale bendes die Israëlische steun ontvangen. Elders wordt de Volksstrijdkrachten – een gewapende factie die Israël erkent te steunen als onderdeel van de campagne tegen Hamas – ervan beschuldigd hulpgoederen te plunderen en Palestijnen aan te vallen die verdacht worden van banden met Hamas. Conflictmonitoringsorganisaties en journalisten hebben vastgelegd hoe door Israël gesteunde groepen burgers arresteren, ontvoeren en doden.
Tegelijkertijd komen oude bronnen van geweld – clanvetes, persoonlijke vendetta’s en beschuldigingen van collaboratie – weer aan de oppervlakte te midden van het verval van de instellingen die ze ooit hadden kunnen indammen. Op 18 juli werd de 28-jarige Qasam Youssef Al-Khawaja dood gevonden in zijn atelier in de wijk Abu Hasira ten westen van Gaza-stad. Zijn familie beschuldigde vervolgens mensen die zij omschreven als collaborateurs van Israël van zijn moord, hoewel de omstandigheden van zijn dood en de identiteit van de verantwoordelijken onduidelijk blijven.
De politie van Gaza kondigde een onderzoek aan. Maar wat een onderzoek onder de huidige omstandigheden precies inhoudt, is zelf onzeker. Politiebureaus functioneren nauwelijks, de forensische capaciteit is ernstig aangetast, agenten zijn herhaaldelijk doelwit geweest van Israëlische aanvallen en er is geen betrouwbare commandostructuur waar families antwoorden kunnen zoeken. De aankondiging van een onderzoek biedt daarom mogelijk weinig garantie dat er daadwerkelijk iemand ter verantwoording zal worden geroepen.
De geografische context van deze incidenten helpt verklaren wat er gaande is. Een ontvoering nabij de Gele Lijn, geweld in een opvangcentrum voor vluchtelingen, een moord in een kunststudio in het westen van Gaza-stad: deze incidenten wijzen er niet op dat één enkele organisatie Hamas heeft vervangen, of dat één crimineel netwerk de macht heeft gegrepen. In plaats daarvan is de macht verspreid en sterk lokaal geworden, uitgeoefend door verschillende actoren op verschillende plaatsen zonder een betrouwbaar gezag daarboven.
Die macht kan zich ook manifesteren in ogenschijnlijk gewone ontmoetingen. Er circuleren online video’s waarop te zien is hoe gewapende mannen burgers confronteren terwijl ze sigaretten en andere schaarse goederen uitdelen. Het zijn intimiderende en vernederende scènes, waarbij burgers gedwongen worden te wachten voor gewapende mannen die bepalen wie wat krijgt.
In een gebied waar zoveel normale distributie- en gezagssystemen zijn ingestort, wordt zelfs het uitdelen van een sigaret een manier om te laten zien wie de macht heeft.
Wie bel je als iemand verdwijnt?
Deze verhalen zijn voor mij niet abstract. Op 16 juli werd ik wakker met een melding in onze familiegroep op WhatsApp: Gewapende mannen waren de Gele Lijn overgestoken naar Shuja’iya en naar het huis van mijn 66-jarige familielid, Mamdouh Jamal Mushtaha. Ze drongen zijn huis binnen en ontvoerden hem. Sindsdien is er niets meer van hem vernomen.
Mushtaha, bekend onder zijn kunya Abu Mu’taz, had zijn zoon Mu’tasem al verloren op 2 december 2023 en had lange periodes van ontheemding doorstaan. In januari 2026 keerde hij terug naar huis en weigerde opnieuw te vertrekken. Zijn familie drong er bij hem op aan om verder van de Gele Lijn te gaan wonen, maar er was geen voor de hand liggende plek om naartoe te gaan. Hij was geen strijder. Hij was een 66-jarige man die in het huis wilde blijven dat hij kende.
Ik blijf aan hem denken. Waar is hij? Leeft hij nog? Wie heeft hem meegenomen en wat hebben ze met hem gedaan? Zijn familie heeft de afgelopen weken mensen gebeld, buren gevraagd, geruchten gevolgd, wachtend op een bericht dat hen zou kunnen vertellen waar hij is. Maar er is geen duidelijke instantie om contact mee op te nemen, geen betrouwbare keten van verantwoordelijkheid die begint met het melden van een vermissing en eindigt met iemand die op zijn minst verplicht is naar hem te zoeken.
Ik denk ook aan mijn vader, broers, ooms en neven die nog steeds in Gaza zijn. Gedurende het grootste deel van de oorlog waren de gevaren die ik voor hen vreesde al meer dan genoeg: bombardementen, verdrijving, honger, gedood worden tijdens een staking. Ik vroeg me nooit af of een gewapende bende aan hun deur zou kunnen komen. Nu wel.
Dat is wat me het meest beangstigt aan de ontvoering van Abu Mu’taz. Het liet zien dat gevaar niet langer alleen van het Israëlische leger of van de ontberingen van de oorlog komt. Je kunt niet meer onderscheiden wie een buur is en wie een bedreiging vormt.
Dit is een gevolg van de langdurige institutionele ineenstorting. Het hervormt de samenleving onder de crisis, en verandert niet alleen wie de macht uitoefent, maar ook hoe mensen zichzelf beschermen wanneer formele systemen falen. Ik aarzel om dit simpelweg te omschrijven als ’toenemende criminaliteit’, omdat criminaliteit een functioneel onderscheid veronderstelt tussen de regelovertreder en de autoriteit die belast is met de handhaving van de regels. In Gaza zijn die grenzen tegenwoordig steeds moeilijker te trekken.
Dit alles betekent niet dat Palestijnen zijn gestopt met voor elkaar te zorgen of onderscheid te maken tussen goed en kwaad. Buren delen voedsel dat ze nauwelijks kunnen missen. Artsen blijven patiënten behandelen zonder te weten of ze betaald zullen worden. Vrijwilligers brengen hulpgoederen naar vreemden. Deze relaties hebben mensen in leven gehouden tijdens bijna drie jaar oorlog. Maar solidariteit kan geen identiteitskaart verstrekken, een verdwijning onderzoeken of iemand dwingen zich te verantwoorden voor een moord.
En het Israëlische geweld dat heeft bijgedragen aan deze ineenstorting is nog niet voorbij. Terwijl Palestijnen te maken hebben met ontvoeringen en gewapende groeperingen, blijft Israël mensen bombarderen en doden in Gaza.
Volgens het Palestijnse ministerie van Volksgezondheid zijn sinds de aankondiging van het staakt-het-vuren in oktober 2025 1.254 Palestijnen gedood en 4.121 gewond geraakt door Israëlisch vuur. In de vroege ochtend van 30 juli trof een Israëlische luchtaanval het vluchtelingenkamp Al-Shati in het noorden van Gaza, waarbij de tenten en onderkomens van 35 gezinnen werden verwoest en zij opnieuw in de ellende van ontheemding terechtkwamen.
In dezelfde uren trof een andere Israëlische aanval een tent van een vluchtelingenkamp in Al-Mawasi, nabij Khan Younis, en werd ook een appartement in het vluchtelingenkamp Bureij geraakt. Twee mensen kwamen om het leven, onder wie een kind, en tien anderen raakten gewond.
In 2023 zouden dergelijke aanvallen wellicht internationaal nieuws zijn geweest. Nu worden ze, als ze al worden geregistreerd, slechts als een regel in de dagelijkse dodentelling van Gaza – een niveau van geweld waaraan de wereld gewend is geraakt, maar dat de mensen die het meemaken nooit zouden kunnen bevatten.
De fictie van de ‘dag erna’
Gaza ‘naoorlogs’ noemen doet veel meer dan alleen een vermeende fase in het conflict beschrijven. Het verandert de vragen die gesteld worden. In plaats van hoe het doden te stoppen, gaat het gesprek over wie de hulp zal verlenen, wie Gaza zal besturen, hoeveel de wederopbouw zal kosten en wie ervoor zal betalen.
Die vragen zijn belangrijk; Gaza zal herbouwd moeten worden. Maar het gevaar is dat wederopbouw een manier wordt om over Gaza te praten zonder de vraag te hoeven beantwoorden waarom Palestijnen er nog steeds niet veilig kunnen leven.
De fictie van een ‘dag erna’ is nuttig voor bijna iedereen die eraan meewerkt. De Raad voor Vrede krijgt een doel en een toekomst om vanuit buiten Gaza te plannen. De Palestijnse Autoriteit (PA) kan zichzelf presenteren als het uiteindelijke Palestijnse alternatief zonder rekening te houden met haar bijna twintig jaar lange afwezigheid in Gaza, of haar mislukkingen op de Westelijke Jordaanoever.
Hamas kan ondertussen wijzen op het formele einde van zijn administratieve rol en op de overeenkomst die het onlangs heeft ondertekend, waarin het zich in principe verplicht tot ontwapening en het overdragen van zijn wapens aan de NCAG. Trump noemde het “een monumentale stap richting vrede en veiligheid”. Maar de onderhandelaars van Hamas nuanceerden hun toezegging onmiddellijk: ze zouden hun deel van de overeenkomst niet nakomen tenzij Israël zijn eigen verplichtingen tot terugtrekking nakwam.
Israël heeft de overeenkomst helemaal niet publiekelijk ondertekend. Binnen enkele dagen na de aankondiging was de gezant van de Raad zelf in Jeruzalem om Netanyahu onder druk te zetten de Israëlische aanvallen te staken. Israël heeft de Raad sindsdien overgehaald de voorwaarden te wijzigen en eist dat Hamas volledig ontwapent voordat de Israëlische troepen zich terugtrekken.
De overeenkomst formaliseert dus een proces dat in de praktijk niet is gerealiseerd. Het meest waarschijnlijke vervolg is noch een ineenstorting, noch een volledige implementatie, maar een geleidelijk proces: een overeenkomst die formeel intact blijft, maar wordt uitgehold door vertraging, herinterpretatie en wederzijdse beschuldigingen van niet-naleving, waarbij tijd een nieuwe bron van conflicten wordt.
Het is ook belangrijk om eerlijk te zijn over wat “ontwapening” nu eigenlijk betekent na bijna drie jaar oorlog. Israël heeft een groot deel van de bataljonsstructuur van Hamas ontmanteld en de ene na de andere commandant gedood, terwijl een belegering die sinds 2007 van kracht is, de toegang tot Gaza streng controleert. Wat overblijft zijn lichte wapens – wapens die Israël er niet van hebben weerhouden Gaza binnen te vallen, noch de Palestijnen hebben beschermd tegen de gewapende bendes die daar actief zijn.
Het plaatsen van die wapens onder civiel gezag zou nog steeds gevolgen hebben, maar de vragen blijven open: Wie zal ze innemen, op basis van welke bevoegdheid, en hoe zullen de strijders ter plaatse reageren op een nieuwe regering die onder Amerikaanse auspiciën is opgericht?
De overeenkomst bekrachtigt grotendeels een militaire realiteit die Israël al had opgelegd. Hamas moet het resterende deel van zijn bewapening opgeven voordat Israël zijn veel grotere macht over Gaza opgeeft. Ontwapening wordt geëist van de partij die militair al uitgeput is. Terugtrekking en een einde aan de bombardementen worden geëist van de partij die nog steeds een overweldigende controle heeft over de vraag of dit gebeurt.
Daarom is de toekomst van Gaza gemakkelijker te bespreken dan het heden. Het heden leidt hardnekkig terug naar de moeilijkste vragen over verantwoordelijkheid, waaronder Israëls voortdurende controle over belangrijke aspecten van het grondgebied en de bewegingsvrijheid van Gaza.
De kloof tussen Gaza en de Westelijke Jordaanoever wordt steeds groter
Voor Palestijnen kan wederopbouw niet beginnen met een nieuw organisatieschema. Het aanstellen van een autoriteit om toezicht te houden op een ziekenhuis betekent niet dat het herbouwd wordt. Apparatuur moet nog steeds Gaza binnenkomen; artsen moeten in leven zijn, betaald worden en naar hun werk kunnen komen; patiënten moeten hen kunnen bereiken. Een school heeft leraren, leerlingen en een functionerende buurt eromheen nodig.
De overheid werkt grotendeels op dezelfde manier. In plaats van een logo of een lijst met ministeries, gaat het erom of iemand een geboorte kan registreren, een identiteitsbewijs kan afgeven, een leraar kan betalen, de watervoorziening kan garanderen, een ziekenhuis kan bevoorraden, afval kan opruimen of iemand kan beschermen die een misdaad meldt.
Gaza heeft de kloof tussen een politieke overdracht en een daadwerkelijke machtsoverdracht al eerder ervaren. In oktober 2017 ontbond Hamas zijn bestuurscomité in Gaza en stemde, in het kader van een door Caïro bemiddeld verzoeningsakkoord, ermee in om de volledige burgerlijke controle vóór december over te dragen aan de Palestijnse Autoriteit.
De overdracht heeft nooit plaatsgevonden. Binnen enkele weken beschuldigden Hamas en Fatah elkaar publiekelijk van het niet nakomen van de overeenkomst. De deadline werd uitgesteld en uiteindelijk helemaal afgeblazen. Begin 2018 liepen de onderhandelingen vast op kwesties die tot op de dag van vandaag onopgelost zijn gebleven: Hamas weigerde ook maar één van zijn facties te ontwapenen, en de president van de Palestijnse Autoriteit en Fatah-voorzitter Mahmoud Abbas weigerde iets minder te accepteren dan volledige controle van de Palestijnse Autoriteit over de veiligheid in Gaza.
De Palestijnse Autoriteit heeft nooit daadwerkelijk de controle over de ministeries, het veiligheidsapparaat of de grensovergangen van Gaza overgenomen. Hamas bleef in de praktijk regeren, terwijl de overeenkomst bepaalde dat die bevoegdheid elders was overgedragen. Dat is wellicht een nuttiger precedent voor 2026 dan de ordelijke overgang die de Raad van Vrede voor ogen heeft, aangezien de huidige overdracht aan de Nationale Overgangsraad hetzelfde lot dreigt te ondergaan.
Op woensdag 16 september zal journalist en bestuurslid Lejo Siepe de Vlaamse journalist Martijn Lauwens interviewen over zijn boek De Schande van Gaza;Een genocide voor het oog van de wereld
Het zal gaan over het falen van het internationaal recht, de hypocrisie van Europa ten aanzien van de genocide, de voortdurende desinformatie die Israël rondstrooit, en de blijvende Israëlische bombardementen ondanks een staakt het vuren.
”eens je het onrecht hebt gezien, kan je het nooit meer ontzien.”
Martijn Lauwens
Over de auteur
Al twintig jaar is Martijn Lauwens (1983) gegrepen door het Midden-Oosten. Martijn studeerde politieke en sociale wetenschappen aan de VUB en werkt sinds 2012 als eindredacteur bij De Morgen. Af en toe schrijft hij zelf ook stukken voor die krant – de laatste tijd vooral in de vorm van opiniebijdragen en essays maar eerder ook reportages, interviews en nieuwsstukken.
Die artikelen gaan altijd over Israël-Palestina, een thema dat zich onder zijn huid genesteld heeft. Meer dan twintig jaar geleden reisde Lauwens voor het eerst naar Israël. Hij raakte meteen gefascineerd, ‘een land met een hartslag, een stuwende kracht die iedereen bezielde.’ Maar gaandeweg leerde hij ‘de andere kant’ kennen. Vandaag de dag is Lauwens diep verontwaardigd over de waanzinnige gruwel die Israël over de Gazastrook heeft uitgestort. Over hoe decennia van onderdrukking en ontmenselijking zijn uitgemond in een genocide. Via persoonlijke anekdotes toont de auteur het bredere plaatje, hij documenteert feiten en vertelt verhalen.
Datum: 16 september 2026 Aanvang: 19.30 uur
Locatie: Coehoornsingel 87 in Groningen (Groen Links Pand).
Wij hebben als stichting samen met Apartheid Vrije Zone Groningen en RUG4palestine een open brief gestuurd aan het bestuur van de universiteit met ons standpunt over de Groningse betrokkenheid bij het onderzoeksproject Tracing Scribes and Scrolls een archeologisch onderzoek naar de oorsprong van de Dode Zee rollen. Hieronder de tekst van de brief.
Open brief
onderwerp: betrokkenheid RUG bij project”Tracing Scribes and Scrolls”
Geacht college van bestuur RUG
Onlangs is bekend geworden dat de European Research Council een prestigieuze subsidie heeft toegekend van 2,5 miljoen aan de RUG voor verder onderzoek naar de oorsprong van de Dode Zee rollen onder de naam “Tracing Scribes and Scrolls”. Met dit geld zal verder archeologisch onderzoek worden gedaan aan de geschriften om de ouderdom en het ontstaan ervan vast te stellen. Op het eerste gezicht een interessant en belangwekkend wetenschappelijk project dat de RUG aankondigt zonder verdere uitleg.
Bij nader inzien is deze houding echter onvoorstelbaar vanwege de politieke context waarin dit onderzoek plaatsvindt. Al sinds 1967 bezet Israël de Westelijk Jordaanoever, Oost Jeruzalem en Gaza. Een illegale bezetting van Palestijns land in strijd met het Internationaal Recht zoals ook het Internationaal Hooggerechtshof in een uitspraak van juli 2024 heeft uitgesproken. Al bijna zestig jaar is de Israëlische aanwezigheid op Palestijnse grondgebied dus illegaal en leidt sindsdien dagelijks tot schending van mensenrechten. Maar sinds oktober 2023 is dit volledig geëscaleerd met grootschalige ontruimingen van Palestijnse dorpen, verwoesting van vluchtelingenkampen, versnelde bouw van illegale nederzettingen, enorme toename van geweld tegen Palestijnen waarbij al meer dan 1000 doden zijn gevallen op de Westbank en een genocide in Gaza met officieel ruim 70.000 doden. Voor de RUG is dit alles blijkbaar geen aanleiding om haar activiteiten ter heroverwegen.
Dat is in algemene zin al laakbaar, maar ook in dit specifieke geval een onbegrijpelijke beslissing, want door samen te blijven werken met de Israël Antiquities Authority, maakt de RUG zich schuldig aan medeplichtigheid aan de bezetting. Dat begint al met het feit dat kort na het begin van de bezetting de Dode Zee Rollen, die in Palestijns gebied zijn gevonden, uit het Palestijns archeologisch museum zijn overgebracht naar het Israël Museum in West-Jeruzalem. Sindsdien hebben Palestijnen geen toegang meer tot de documenten want West-Jeruzalem is voor hen verboden gebied.
Maar het gaat verder dan dat feit alleen. De rol van de Israël Antiquities Authority is niet die van een neutrale wetenschappelijke instelling, maar bij uitstek een politiek orgaan van bezetting, omdat de archeologie wordt ingezet om de Israëlische claim op de Westelijke Jordaan Oever als exclusief Joods, legitimiteit te verschaffen. Door het hele gebied worden opgravingen gedaan naar joodse sporen uit het verleden, terwijl tegelijkertijd de talrijke archeologische sporen die wijzen op niet-Joodse aanwezigheid door Israël worden weggemoffeld. Deze sporen passen namelijk niet in het plaatje dat de ideologie voorschrijft. Tal van (internationale) wetenschappers wijzen erop dat archeologie in Israël als wapen wordt ingezet om de geschiedenis te herdefiniëren.
Bovendien zijn archeologische vindplaatsen een voorwendsel om de greep op het gebied te versterken en meer Palestijns land te annexeren. NRC Handelsblad heeft hier recent nog een artikel over gepubliceerd. In de Knesset is bovendien een wetsvoorstel behandeld waarmee een nieuwe erfgoed autoriteit wordt opgericht met het doel om de archeologische activiteiten op de Westbank en Gaza rechtstreeks onder de Israëlische wetgeving te laten vallen. Onder de militaire bezetting vindt nu al onteigening van particuliere grond plaats, maar door deze nieuwe wet zal steeds vaker onder het mom van archeologie land worden geconfisqueerd ook in gebieden A en B die vallen onder de bevoegdheid van het Palestijnse Departement van Oudheden. Dit is rechtstreeks in strijd met de Oslo akkoorden.
De conclusie kan niet anders luidden dan dat deze praktijken bijdragen aan de Israëlische politiek van bezetting en kolonisatie van Palestijns gebied. Dat is een puur politiek ideologisch doel en heeft natuurlijk niets met wetenschap te maken sterker nog het compromitteert de wetenschap. Ook de uitkomsten van het Groningse onderzoek, die op zichzelf niet onwetenschappelijk zijn, zullen voor dit onwetenschappelijke doel misbruikt worden.
Wij zijn daarom geschokt dat de universiteit op geen enkele manier verantwoording aflegt over haar rol in dit dubieuze project. Als zij gehecht is aan haar reputatie als integere wetenschappelijke instelling zal zij haar medewerking aan dit project moeten stopzetten en de andere betrokken universiteiten moeten oproepen hetzelfde te doen.
De gemeente Jabalia Al-Nazla heeft een dringend beroep gedaan op alle internationale organisaties, hulporganisaties en lokale en internationale partners voor onmiddellijke noodhulp om de watercrisis binnen het gemeentelijk gebied aan te pakken en een dreigende gezondheids- en milieuramp te voorkomen die het leven van duizenden inwoners bedreigt als gevolg van de aanhoudende stroomuitval en de uitputting van operationele energiebronnen.
Hieronder volgt de tekst van de oproep:
“De tijd dringt… en het voortbestaan van de stad hangt af van uw reactie.”
De gemeente Jabalia Al-Nazla doet een dringend beroep op alle internationale organisaties, hulporganisaties en lokale en internationale partners voor onmiddellijke en noodhulp om de watercrisis binnen het gemeentelijk gebied aan te pakken en een dreigende gezondheids- en milieuramp te voorkomen die de levens van duizenden inwoners bedreigt als gevolg van de aanhoudende stroomuitval en de uitputting van operationele energiebronnen.
Het uitvallen van de hoofd- en secundaire waterputten dreigt de levensader van alle wijken in Jabalia af te snijden. Om de continue watertoevoer en essentiële voorzieningen voor de inwoners te garanderen, verzoekt de gemeente dringend om de huur van mobiele generatoren met de volgende capaciteiten:
Twee generatoren van 7 kVA
Drie generatoren van 15 kVA
Eén generator van 50 kVA
Eén generator van 110 kVA
De gemeente benadrukt dat het huren van deze generatoren de enige resterende optie is om de waterputten weer in gebruik te nemen en water naar de inwoners te pompen onder deze nijpende omstandigheden.
Wij doen een beroep op iedereen om zijn humanitaire en morele verantwoordelijkheid te nemen en dringen er bij alle relevante organisaties en instanties op aan snel op deze oproep te reageren en de nodige steun te verlenen om de huur van deze generatoren onmiddellijk te financieren of te garanderen.
De burgemeester van Jabalia al-Nazla in het noorden van de Gazastrook, Mazen al-Najjar, bevestigd dat de gemeente haar nationale en humanitaire plicht blijft vervullen en onder de meest moeilijke omstandigheden blijft werken om de basisvoorzieningen voor de burgers te garanderen. Dit heeft ertoe bijgedragen dat ongeveer 120.000 mensen zijn teruggekeerd naar de toegankelijke delen van het gemeentelijk gebied, die nu nog maar 34% van het oorspronkelijke gebied beslaan nadat 66% als ‘gele zone’ was aangewezen.
In een verklaring die zaterdag door het Palestijnse persbureau Safa werd gepubliceerd, onthulde al-Najjar dat de directe schade aan infrastructuur, faciliteiten, apparatuur, openbare voorzieningen en de kust ongeveer 100 miljoen dollar bedraagt. Hij bevestigde de volledige vernietiging van alle gemeentelijke apparatuur en machines, evenals de verwoesting van ongeveer 90% van de openbare en particuliere gebouwen, en de dood van 40 gemeentelijke medewerkers tijdens de uitoefening van hun beroep.
Hij legde uit dat de gemeente haar werkzaamheden onmiddellijk na de afkondiging van het staakt-het-vuren op 17 oktober 2025 hervatte, gebruikmakend van een gehuurd hoofdkantoor, magazijn en tankstation om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen. De gemeente stond voor grote uitdagingen door de vernietiging van alle waterputten en rioolpompen, en de ophoping van meer dan 5 miljoen ton puin in de straten, wat leidde tot de verspreiding van knaagdieren, ziekten en muggen.
Burgemeester Mazen al Najjar van Jabalya-Nazla
Wat betreft de belangrijkste resultaten en interventies, noemde de burgemeester de verwijdering van meer dan 200.000 ton puin en de inzameling en verwerking van meer dan een miljoen ton afval in samenwerking met het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) en partnerorganisaties. Dit maakte de heropening van de meeste straten mogelijk en de voorbereiding van de kust voor gebruik in de zomer.
In de water- en sanitatiesector meldde Al-Najjar de ingebruikname van 468 openbare en particuliere onderwaterpompen, het onderhoud van 10 belangrijke waterputten in samenwerking met het waterbedrijf van de kustgemeenten en de waterautoriteit, de ingebruikname van een ontziltingsinstallatie met een capaciteit van 37 kubieke meter per uur en de levering van 10 stroomgeneratoren.
Hij kondigde tevens de reparatie aan van de belangrijkste rioolpomp in het Safatawi-bekken en de hervatting van het pompen naar zee na een onderbreking van twee jaar. Hij meldde de bijna voltooiing van het onderhoud aan het station “Hawaber Bir al-Na’ja” om het overstromingsprobleem in de gebieden Othman en Bir al-Na’ja op te lossen, evenals het onderhoud van de rioolnetwerken in het Halawa-kamp en de straten van Nuzha, Huda en Khader, en de reiniging en installatie van duizenden putdeksels in samenwerking met het Internationale Comité van het Rode Kruis.
Al-Najjar benadrukt dat de gemeente heeft bijgedragen aan de oprichting en financiering van meer dan 18 vluchtelingenkampen door 200 dunams grond te leasen, en verklaarde: “Ondanks de verwoesting zetten we ons werk voort en zullen we in samenwerking met lokale en internationale instellingen alles in het werk blijven stellen om de veerkracht van onze bevolking te versterken totdat de stad is herbouwd en het leven weer normaal is.”