Een jaar na het ingaan van het staakt-het-vuren in Gaza sterven Palestijnen nog steeds aan vermijdbare ziekten, door een gebrek aan medische zorg en veilige huisvesting als gevolg van de aanhoudende Israëlische blokkade.

Na twee jaar van bombardementen en gedwongen ontheemding tijdens de Israëlische genocide in Gaza had Suhaila al-Mabhouh nog maar één wens: naar huis gaan. De 60-jarige Palestijnse verlangde zo sterk naar de terugkeer naar haar eigen huis in het noorden van Gaza, dat ze een aanbod voor evacuatie naar Italië – gedaan door haar daar wonende dochter – afsloeg.
Toen op 10 oktober 2025 het zogenaamde staakt-het-vuren inging, haastten zij en haar man zich terug naar hun huis in het vluchtelingenkamp Jabalia. Ze begon met kleine reparaties aan de zwaar beschadigde woning, in de hoop haar leven weer op te kunnen bouwen na twee jaar van bombardementen.
Maar de hoop op wederopbouw was van korte duur, aangezien Israël de belegering handhaafde en doorging met dagelijkse bombardementen. Binnen acht maanden werd Al-Mabhouh ziek; er werd kanker vastgesteld en ze overleed, zonder dat ze in Gaza behandeling kon krijgen of voor zorg naar het buitenland kon reizen vanwege strenge beperkingen. Zij is een van de duizenden Palestijnen die nog steeds sterven door vermijdbare oorzaken, terwijl de Israëlische genocide en de aanhoudende blokkade de bevolking van Gaza de middelen om te overleven blijven ontnemen.
Het staakt-het-vuren, dat nu zijn tweede jaar ingaat, heeft nauwelijks verandering gebracht in de omstandigheden die het leven in Gaza levensgevaarlijk maken. Materialen, essentiële goederen en hulpgoederen die nodig zijn voor de wederopbouw van huizen, ziekenhuizen en civiele infrastructuur, worden grotendeels tegengehouden.
“Ongeveer vier maanden nadat we naar huis waren teruggekeerd, begon haar gezondheid snel achteruit te gaan en hadden we geen idee wat er met haar aan de hand was,” vertelde haar echtgenoot, de 62-jarige Sami al-Mabhouh, aan Middle East Eye.
Hij bracht zijn vrouw van het ene naar het andere ziekenhuis in Gaza-stad, maar de overbelaste medische voorzieningen konden de benodigde onderzoeken niet uitvoeren. Uiteindelijk reisde het echtpaar naar Deir al-Balah, in het centrum van Gaza, in de hoop behandeling te vinden in een privéziekenhuis. “De reis was buitengewoon zwaar en vervoer was zo schaars dat we bij aankomst uitgeput waren en niet meteen naar het ziekenhuis konden gaan,” herinnerde hij zich. Ze brachten de nacht door bij familie in het vluchtelingenkamp Bureij, voordat ze de volgende dag naar het ziekenhuis gingen.
Na een lange reeks onderzoeken – die ons handenvol geld kostten, alleen al om een diagnose te krijgen – vertelden artsen ons dat ze leverkanker had. Tegen die tijd was haar gezondheid zo sterk achteruitgegaan dat ze niet meer rechtop kon zitten of kon lopen.”
Een dodelijk wachten op behandeling
Binnen twee weken had al-Mabhouh een medische verwijzing geregeld om voor behandeling naar het buitenland te reizen. Maar ze moest wachten, samen met meer dan 20.000 andere patiënten met een verwijzing die eveneens wachtten op toestemming van Israël om Gaza te mogen verlaten.
Omdat geen van de 36 ziekenhuizen in Gaza op volle capaciteit draait en er slechts zo’n twintig gedeeltelijk functioneren, hebben tienduizenden patiënten geen toegang tot de onderzoeken en behandelingen die ze dringend nodig hebben.
Volgens het staakt-het-vuren-akkoord hadden de Israëlische autoriteiten medische benodigdheden, medicijnen en materialen voor de wederopbouw van ziekenhuizen die tijdens de genocide beschadigd of verwoest waren, Gaza moeten binnenlaten. Maar het akkoord bracht weinig verlichting voor de zwaar getroffen gezondheidszorg. Tussen oktober 2025 en juli 2026 steeg het aantal bedden op de intensive care met slechts één – van 103 naar 104 – zo meldt Physicians for Human Rights Israel. De beschikbaarheid van dialysefaciliteiten verslechterde in dezelfde periode verder en daalde van 17 naar 12 procent.
“Terwijl we wachtten tot ze aan de beurt was om te reizen, namen we contact op met artsen in Italië en Egypte en deelden we haar medische dossiers met hen. Ze vertelden ons dat haar kanker behandelbaar was, maar niet in Gaza,” zei Mabhouh. “We hebben drie maanden gewacht. Ze heeft het niet lang genoeg volgehouden om de behandeling te krijgen. De ziekte verergerde en op 18 juni overleed ze.
“Ze overleefde het bombardement, maar niet de blokkade.” Suhaila Al-Mabhouh was een van de ten minste 1.570 patiënten die tussen oktober 2023 en juli 2026 in Gaza overleden terwijl ze wachtten op medische evacuatie. Onder hen bevonden zich 505 kankerpatiënten en 264 kinderen, aangezien het aantal evacuaties ver onder het niveau van vóór de oorlog bleef. Volgens Physicians for Human Rights Israel werden tussen 10 oktober 2025 en half september 2026 ongeveer 3.423 patiënten voor behandeling naar het buitenland geëvacueerd; dit komt neer op gemiddeld zo’n 10 patiënten per dag. Vóór oktober 2023 werden er dagelijks tussen de 50 en 100 patiënten geëvacueerd.
‘Geen ontkomen aan de dood’
Ziekte is slechts een van de vele gevolgen van de Israëlische genocide die nog steeds Palestijnse levens eisen. Voor degenen die ziekte en bombardementen overleven, brengt de zoektocht naar onderdak zijn eigen dodelijke risico’s met zich mee. Ongeveer 92 procent van de woningen in Gaza is verwoest of beschadigd door het Israëlische leger. Het merendeel van de 2,2 miljoen inwoners van het gebied verblijft in geïmproviseerde tenten of zwaar beschadigde gebouwen, blootgesteld aan weer en wind en het constante gevaar van instorting.
Afgelopen winter kwamen minstens acht kinderen – voornamelijk baby’s die in geïmproviseerde tenten schuilden – om het leven door onderkoeling toen de temperaturen kelderden.
'Waar we ook heen vluchten om aan de dood te ontsnappen, we komen steeds een andere dood tegen. Er is geen ontkomen aan de dood.'
Nu er opnieuw een winter voor de deur staat, staan gezinnen voor een onmogelijke keuze: de kou trotseren in tenten die nauwelijks bescherming bieden, of het risico lopen bedolven te raken onder het puin van beschadigde gebouwen.
“Elke dag ga ik slapen met de twijfel of ik de volgende dag levend wakker zal worden. Elke dag verwacht ik dat het gebouw bovenop ons instort,” vertelt Muhammed Abujarad, die in een zwaar beschadigd gebouw in de wijk Tal al-Hawa (in het zuidwesten van Gaza-stad) woont, aan Middle East Eye. “Ik verbeeld me geen dingen die niet kunnen gebeuren. Het is al meerdere keren voorgekomen, en ik ken mensen die vorige maand zijn omgekomen toen hun huis bovenop hen instortte.”

Abujarad doelt op het instorten van een gebouw in september, waarbij 21 ontheemde Palestijnen omkwamen of gewond raakten; zij zochten daar onderdak nadat hun huizen tijdens de oorlog waren verwoest. Het gebouw, dat eerder al beschadigd was geraakt door een Israëlische aanval, stortte op 21 september kort voor zonsopgang in. Hierbij kwamen 21 Palestijnen om het leven – onder wie 12 kinderen – en raakten 14 anderen gewond; zij werden uit het puin gehaald. Zij behoorden tot de 61 Palestijnen die sinds oktober 2023 zijn omgekomen bij het instorten van gebouwen.
“We weten dat het levensgevaarlijk is om hier te blijven, maar er zijn geen alternatieven. We zijn ons huis in het noorden van Gaza kwijtgeraakt, evenals een huis van familieleden in Gaza-stad. We hebben geen andere keus meer,” zei de 44-jarige Abujarad. “We kunnen niet terugkeren naar het leven in tenten. De meest helse dagen van de oorlog hebben we in tenten doorgebracht. Zolang we nu een dak boven ons hoofd hebben, is dat beter dan sterven door de hitte of kou in tenten die ons nergens tegen beschermen.”
Volgens het satellietcentrum van de VN (Unosat) was het aantal verwoeste bouwwerken in Gaza in augustus met negen procent toegenomen ten opzichte van het moment dat het staakt-het-vuren in oktober 2025 werd afgekondigd.
Ondanks het akkoord over het staakt-het-vuren blijft Israël de invoer van tenten, stacaravans en zwaar materieel beperken. Hierdoor zitten Palestijnen zonder adequate huisvesting, terwijl beschadigde gebouwen een voortdurend gevaar vormen.
De beperkingen belemmeren ook reparaties aan de water- en rioleringsinfrastructuur van Gaza, waarvan ongeveer 90 procent beschadigd of vernietigd is. Nu essentiële systemen in puin liggen, worden Palestijnen in toenemende mate blootgesteld aan vervuild water en vermijdbare ziekten.”Als je in een beschadigd huis zonder muren woont, of in een tent midden in de modder en het afvalwater, hoe bescherm je dan je kinderen?” vroeg Abujarad zich af. “Waar we ook heen vluchten om aan de dood te ontsnappen, we komen steeds een nieuwe dood tegen. Er is geen schuilplaats tegen de dood.”
bron: https://www.middleeasteye.net/news/she-survived-bombing-not-blockade



